Effectiviteit van hefbomen

effectiviteit van hefbomen

Meepraten?

Kom bij de facebookgroep voor pedagogen die niet bang zijn voor complexiteit!

Donella Meadows was een wetenschapper die vooral beroemd is door haar bijdrage aan het rapport van de Club van Rome. Ze heeft in dat rapport veel aandacht besteed aan het oplossen van complexe problemen door middel van hefbomen. Zo heeft ze de effectiviteit van hefbomen gerangschikt.

effectiviteit van hefbomen

Donella Meadows schetst 12 soorten interventies die als hefboom kunnen dienen. Ze maakt daarbij een inschatting van de mate van effectiviteit van die interventies. Ook besteedt ze aandacht aan hoe deze interventies elkaars effectiviteit kunnen beïnvloeden. Hieronder vindt je de lijst van effectieve plaatsen om in een systeem te interveniëren. Hierbij is de bovenste het minst effectief.

12. Constanten, parameters, cijfers (zoals subsidies, belastingen, normen, standaarden).

11. De omvang van buffers en andere stabiliserende voorraden, in verhouding tot hun stromen (badkuip).

10. De structuur van materiaalvoorraden en -stromen (zoals transportnetwerken, bevolkingsleeftijdsstructuren).

9. De duur van vertragingen, in verhouding tot de snelheid van systeemverandering.

8. De kracht van balancerende (zelfcorrigerende) feedbackloops in relatie tot de impact die ze beogen (thermostaat).

7. De opbrengstverwachting bij versterkende feedbackloop.

6. De structuur van informatiestromen (wie wel en geen toegang heeft tot informatie).

5. De principes, grondbeginselen en regels van het systeem

4. De kracht om systeemstructuur toe te voegen, te veranderen, te evolueren of te laten ontstaan door zelforganisatie.

3. De doelen van het systeem.

2. De mindset, mentale modellen, denkrichting of het paradigma waaruit het systeem – zijn doelen, structuur, regels, vertragingen, parameters – ontstaat.

1. De kracht om paradigma’s te overstijgen.

In de praktijk

Bekijk dit lijstje eens goed. In welke categorie valt de interventie die jij doet met je cliënten? Bij een ongehoorzaam kind zal het effectiever te zijn om duidelijk te maken welk gedrag verwacht wordt (regel 5) dan om een snoepje te geven bij goed gedrag (regel 12). En zo is het positief labelen van gedrag (niet koppig maar wilskrachtig) een poging om regel (2) toe te passen. De huilbaby een nachtje uit logeren laten gaan is een voorbeeld van een buffer (regel 11). Dit laatste voorbeeld maakt misschien ook wel duidelijk waarom het niet een heel effectieve interventie is. Eén nacht goed slapen is een tijdelijk oplossing die het ‘probleem‘ niet echt wegneemt. Uiteindelijk worden de ouders toch weer oververmoeid. Pas als de baby doorslaapt (systeemverandering, regel 4) zal het systeem in een ander evenwicht komen. Dus soms is een minder effectieve interventie de enige interventie die er is.

Lees verder over effectiviteit van hefbomen

Nu kan ik me voorstellen dat je niet direct een beeld hebt bij deze 12 soorten interventies. Je moet eigenlijk de hele tekst lezen. De oorspronkelijke tekst over de effectiviteit van hefbomen is (uiteraard) in het Engels: Leverage Points: Places to Intervene in a System. Maar Guus Geisen heeft het naar het Nederlands vertaald: Hefboom-punten: plaatsen om in te grijpen in een systeem.


Lees hier meer over het belang van complexiteit in de pedagogiek.

Om de hefbomen te kunnen beoordelen moet je ze eerst vinden. Je vindt ze in een systeemdiagram die je kan onder andere kan maken via Group Model Building

0 0 stemmen
Article Rating
Abonneer
Laat het weten als er
guest

0 Comments
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties

Wat zoek je?

Meer weten over hardnekkige pedagogische problemen?

podcast aanvragen

Ik stuur je drie dagen lang, elke dag een podcast waarin ik je vertel wat hardnekkige pedagogische problemen zo bijzonder maakt en wat dat voor jou als professional betekent.

dynamiek in pedagogiek

Deze website maakt gebruik van cookies. Door de site te blijven gebruiken, ga je akkoord met ons cookiebeleid. Meer informatie: Privacybeleid​