Weten is nog geen doen

Meepraten?

Kom bij de facebookgroep voor pedagogen die niet bang zijn voor complexiteit!

Empowerment (of beter gezegd agency) wordt vaak gezien als een persoonlijk kenmerk. Jij, als persoon moet controle nemen, risico’s durven nemen, anders gaan denken, of een van die andere 100 dooddoeners. En als je aan mensen vraagt wat ze zouden moeten doen om meer controle te krijgen over hun eigen leven re krijgen, dan komen ze met allemaal zinvolle antwoorden. Ze weten het best, maar weten is nog geen doen.

Dat is dan ook de titel van het rapport door de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). Ze vragen om ook aandacht te besteden aan Doenvermogen. Ze doelen daarmee op non-cognitieve vermogens zoals een doel stellen en een plan maken, in actie komen, volhouden en om kunnen gaan met verleidingen en tegenslag. Niet alle Nederlanders hebben hetzelfde Doenvermogen. Dit hangt een beetje samen met opleidingsniveau, maar niet veel. Doenvermogen, is net als Denkvermogen, normaal verdeeld over de hele bevolking.

Doenvermogen heeft net als Denkvermogen, ook een erfelijke component. Aan de basis liggen drie persoonskenmerken:

  • Temperament, zoals de neiging om problemen onder ogen te zien of er voor weg te lopen.
  • Zelfcontrole, zoals alle verleidingen weerstaan en het uitstellen van beloning.
  • Overtuiging, zoals optimisme/pessimisme en locus of control.

Omdat het hier gaat om persoonlijkheidskenmerken, zijn ze maar heel beperkt trainbaar. Het gevolg is dus dat niet iedereen dezelfde kansen heeft op redzaamheid.

weten is nog geen doen

Daar komt ook nog bij dat het Doenvermogen in verband staat met stress en mentale belasting. Dit heeft hele vervelende gevolgen. Op het moment dat je je redzaamheid het hardst nodig hebt, bijvoorbeeld bij het verliezen van je baan, is de mentale belasting hoog en daarom je redzaamheid lager. Maar dit is maar een van de vele factoren die invloed op redzaamheid. Als je alle factoren in kaart brengt die direct of indirect invloed hebben op redzaamheid, dan komt daar een duidelijk complex systeem uit.

Aanbevelingen

Zoals de WRR betaamt sluiten ze hun rapport af met een aantal aanbevelingen. Ik heb de vrijheid genomen om deze ook te vertalen naar het dagelijks werk van pedagogen. Hun belangrijkste aanbevelingen zijn:

  • Hanteer een realistisch perspectief op de mentale vermogens van burgers bij de voorbereiding, de inhoud en de uitvoering van beleid. Dat betekent: dus ook bij het individuele hulpverlenen. Niet iedereen kan het doen, zelfs als ze weten dat het moet. Het mentale model van zowel de client als de hulpverlener speelt hier dus een grote rol.
  • Toets bij voorgenomen beleid of voldoende rekening wordt gehouden met verschillen tussen burgers en met het totaal aan mentale belasting dat zij aankunnen. Dat betekent: grijp niet ‘zomaar’ naar een bewezen effectieve interventie voor dit probleem. Kijk of ze het aankunnen.
  • Start enkele pilots rond belangrijke life-events, zoals echtscheiding en baanverlies, om de mentale belasting voor burgers te reduceren. Voor echtscheiding wordt bijvoorbeeld al het een en ander voorgesteld.
  • Versterk de redzaamheid door de keuzearchitectuur aan te passen. Bijvoorbeeld door het aanvinken van standaardopties of het verminderen van verleidingen, zodat mensen niet voortdurend een beroep hoeven te doen op hun zelfcontrole. Dat betekent: bedenk dat bij cliënten de vraag ‘Wat denk je zelf’ in sommige gevallen al te veel kan zijn.
  • Bij onregelmatigheden moeten uitvoeringsorganen eerst verifiëren of er sprake is van niet willen of niet kunnen voor ze sancties opleggen. Forse overtredingen verdienen forse sancties, maar kleine fouten moeten ook kleine gevolgen hebben. Dat betekent: denk goed na over bijvoorbeeld het stoppen van ‘behandeling’ als iemand niet op komt dagen. Maak een duidelijk onderscheid tussen niet willen en niet kunnen. Dat moet de basis zijn voor je vervolgacties.
  • Daarbij past ook dat er vroegtijdig en persoonlijk contact wordt gezocht. Want als de stress nog niet te hoog is opgelopen, hebben mensen nog de mentale ruimte die nodig is om bij te sturen. Dat betekent: preventie en vroegtijdige hulp blijft belangrijk.

Kijk hier voor het hele rapport en allerlei ondersteunde video’s : Weten is nog geen doen. een realistisch perspectief op redzaamheid

0 0 stemmen
Article Rating
Abonneer
Laat het weten als er
guest
0 Comments
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties

Wat zoek je?

Meer weten over hardnekkige pedagogische problemen?

podcast aanvragen

Ik stuur je drie dagen lang, elke dag een podcast waarin ik je vertel wat hardnekkige pedagogische problemen zo bijzonder maakt en wat dat voor jou als professional betekent.

dynamiek in pedagogiek

Deze website maakt gebruik van cookies. Door de site te blijven gebruiken, ga je akkoord met ons cookiebeleid. Meer informatie: Privacybeleid​