Herkennen van complexiteit

Herkennen van complexiteit
opleidingen

Meepraten?

Kom bij de facebookgroep voor pedagogen die niet bang zijn voor complexiteit!

In de praktijk zal je verschillende soorten problemen tegenkomen. Sommige zijn complexer dan anderen. Hoe sneller je herkent dat een probleem complex is, hoe beter je de hulpverlening kan afstemmen. Meestal is het zo: hoe hardnekkiger het probleem, hoe complexer het is. Hier vind je tips voor het herkennen van complexiteit bij problemen.

Complexe systemen vs complexe problemen

Om te beginnen is het belangrijk dat je een onderscheid maakt tussen complexe problemen en complexe systemen. Elk gezin, elke familie is een complex systeem. Problemen ontstaan vaak nadat er iets in het systeem is veranderd. Dat kan een interne verandering zijn, de baby gaat bijvoorbeeld lopen, of een externe zoals het ontslag van een ouder. Deze verandering zorgt dan voor een kanteling van het systeem (het systeem gaat naar een ander evenwicht). Het emergente probleemgedrag dat dan ontstaat kan dan een puzzel, een probleem of een zooitje zijn (lees deze blog als je dat nog niet gedaan hebt, dit onderscheid is heel belangrijk). In termen van complexiteit is de verandering niet de ‘oorzaak’ van het probleem, maar de attractor die andere attractoren verandert en zo het systeem laat kantelen.

Puzzels, problemen en zooitjes, en het zorgsysteem

Dus niet alle problemen die je tegenkomt in de praktijk zijn complex. In de preventie zullen veel problemen puzzles zijn. Eenvoudige en/of enkelvoudige interventies zullen vaak genoeg effect hebben. Het systeem is complex, het probleem niet. Het betekent wel dat het evenwicht waarmee het probleem is ontstaan, niet heel stabiel is. Een klein zetje is al genoeg om het systeem weer terug te laten kantelen.

herkennen van complexiteit en opschalen

Als een klein zetje niet genoeg is, wordt de hulp vaak opgeschaald. Dit zijn dan vaak de problemen waar wij als experts aan te pas komen. Als experts hebben we, als het goed is, een beter inzicht in welke attractoren een rol kunnen spelen en gaan daar samen met de cliënt naar opzoek. Vaak wordt hier gekozen voor meervoudige interventies op verschillende vlakken. Het probleem wordt dus opgedeeld in stukjes.

Als dit ook niet werkt, wordt er vaak weer opgeschaald. Regelmatig is dit het punt waarop er een multidisciplinair team aan te pas komt. Een gezamenlijk plan van aanpak is dan nodig. Geen losse onderdelen plan, maar een plan waarin de verschillende afhankelijkheden worden onderzocht en meegenomen in de oplossing.

Dit systeem van opschaling verklaart waarom veel cliënten al een hele rij aan hulpverleners hebben gehad. Geen onwil of onkunde, maar er zijn mislukkingen nodig om op te schalen. Als je in een vroeg stadium complexe problemen kunt herkennen, kun je sneller opschalen, de cliënt minder negatieve ervaringen met hulpverlening geven en een reëler vooruitzicht geven. Er zijn een aantal signalen die aangeven dat je wel eens te maken kunt hebben met een complex probleem

Langdurige problemen

Je hebt vast ook geleerd dat veel pedagogische problemen leeftijdsgebonden zijn. Sommige problemen komen op bepaalde  leeftijden meer voor dan op andere. Deze problemen verdwijnen daarom vaak ook als kinderen ouder worden. Dat wil niet zeggen dat ouders geen opvoedvraag hebben en soms hebben ouders ondersteuning nodig, maar het is altijd de vraag of het probleem voorbij ging door de ondersteuning of omdat het kind gewoon ouder is geworden. Voor leeftijdsgebonden problemen kun je bijvoorbeeld denken aan opstandig gedrag bij peuters. Iedereen kent “Ik ben 2 en ik zeg nee”. De peuterpuberteit word gevreesd door ouders, maar veruit de meeste komen er ongeschonden doorheen. Als kinderen van 10 nog steeds alleen maar ‘Nee’ zeggen, dan is er wat aan de hand. Het probleem is hardnekkig en vraagt een andere aanpak dan ‘luisteren naar je kind en consequent zijn’.

Zo is het sluiten en onderhouden van vriendschappen een ontwikkelingstaak van kinderen op de basisschool. Samen spelen is niet iets dat vanzelf gaat, dat moet je leren. Een kind uit de onderbouw die moeite heeft met rolverdeling tijdens spel, of zo verlegen is dat hij niet kan of wil spelen, heeft misschien wat hulp nodig. Maar als het goed is, is die hulp er binnen de bestaande structuren van school en thuis. Het komt wel goed. Maar als een kind van 16 nog steeds niet kan samen ‘spelen’, dan is dat een ander verhaal. Dan is dit een hardnekkig probleem en vereist een andere aanpak.

Kortom, elke leeftijdscategorie heeft zijn eigen ontwikkelingstaken. Problemen die ontstaan als een nieuwe ontwikkelingstaak zich aandient zijn vaak puzzels, soms problems. Als een kind zo’n taak niet succesvol kan afronden, is er sprake van een probleem en soms is het zelfs een complex probleem. Als standaard oplossingen die horen bij dit soort problemen niet werken, hebben we meestal een complex probleem. En daar moet jij wat mee.

Hardnekkige problemen

Niet alle problemen zijn natuurlijk leeftijdsgebonden. Problemen kunnen ontstaan door verschillende oorzaken. Je zal als  goede pedagoog altijd in overleg met de ouder op zoek gaan naar factoren die bijdragen aan het probleem. Bijvoorbeeld door het invullen van een balansmodel. In overleg besluiten jullie samen om een interventie uit te voeren.

Sommige kinderen zijn bijvoorbeeld sociaal angstig. Neem Alex, hij is sociaal angstig. Hij durfde niks te zeggen in de klas, durfde niet bij vriendjes te spelen en kreeg vaak pijn in zijn buik. Hij gaat niet graag naar school en ook de naschoolse opvang vind hij verschrikkelijk. Na uitgebreide gesprekken en onderzoeken wordt er besloten dat dat Alex cognitieve gedragstherapie krijgt. Maar dat werkte niet. Ondanks het werk dat de psycholoog en Alex erin steken, blijft hij bang.

Dan kun je nu waarschijnlijk wel 5 dingen verzinnen die ook een oorzaak zou zijn van Alex’ angst. Ik denk bijvoorbeeld aan een trauma, slecht zelfbeeld, huiselijk geweld of ongepast mediagebruik. En het is niet denkbeeldig dat er een aantal factoren tegelijk spelen. Als er één ding speelt, komen we daar als pedagoog meestal wel achter, en vaak kunnen we dat ook wel oplossen. Maar niet altijd.

Of neem, Jasmijn. Ze plast op haar 7e nog steeds in bed. In goed overleg met haar ouders werd er een plaswekker aangeschaft. Een plaswekker is een redelijk standaard oplossing als kinderen na een jaar of 6 nog steeds regelmatig in bed plassen. Die plaswerker zal waarschijnlijk werken als het een standaard probleem is. Dus wanneer het bedplassen blijft bestaan omdat een kind het gevoel van een volle blaas niet kan herkennen of te diep slaapt. Dan is het een puzzel en geen problem, dan werkt het.

Maar soms wordt het bedplassen veroorzaakt door andere dingen. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van seksueel misbruik, of een angststoornis. Bij bedplassen kunnen ook trauma, opvoedgedrag, of ontwikkelingsstoornissen een rol spelen. En is sommige gevallen versterkt de trauma de angst, wat het opvoedgedrag van de ouders beïnvloedt, wat de gezonde ontwikkeling van het kind beïnvloedt. En dan hebben we het nog niet over de gevolgen van slaapgebrek, zowel bij ouders als kind, sociale gevolgen (niet bij vriendjes kunnen blijven slapen).

Naast eenvoudige en standaard oorzaken kan bedplassen dus ook veroorzaakt worden door een samenspel van niet standaard problemen. En in dat geval werkt een standaard oplossing niet. En omdat de oorzaken elkaar kunnen versterken, heeft het wegnemen van een oorzaak soms het gevolg dat een andere oorzaak sterker wordt waardoor het probleem toch blijft bestaan. Een echt zooitje dus.

Kortom, een probleem is vaker complex (een zooitje dus) als interventies niet of nauwelijks effect hebben.

Steeds veranderend probleem

Wie kent er niet de gezinnen waar altijd wat is? De gezinnen die permanent in de jeugdzorg lopen, elke keer met een ander probleem. Het gaat bijvoorbeeld om gezinnen die opvoedsteun krijgen voor niet-etende peuters, daarna voor een agressieve kleuter, een pestend basisschoolkind, een weedrokende puber en uiteindelijk een criminele jong-volwassen.

Dit is natuurlijk, gelukkig, geen standaard ontwikkelingspad. Maar in sommige gezinnen is dat de trieste werkelijkheid. Dit zijn meestal wat we ‘multi-problem’ gezinnen noemen. Gezinnen waar van alles aan de hand is. Regelmatig is er sprake van een stoornis, bij kinderen en/of ouder. Vaak gepaard met onvoldoende steun, armoede, afstand tot de maatschappij, soms een beperkt IQ, verslaving, in een slechte wijk, enz. Het ergste is dat die problemen elkaar versterken.

Als je arm bent, heb je meestal geen geld om dingen te doen waar je andere mensen ontmoet. Geen yoga les om te ontstressen en geen koffie bij Starbucks. Je wereld kan heel klein worden, zeker als je kinderen nog jong zijn. En een kleine wereld betekent meer afstand tot de maatschappij, wat vaak weer gebrek aan informele steun met zich meebrengt. Minder netwerk betekent ook minder kans op een baan, waardoor de armoede in stand blijft. Zo zorgt armoede voor nog meer armoede. Het is een zichzelf versterkend effect. Maar armoede betekent ook meer stress, betekent meer problemen in de opvoeding, wat weer voor meer stress zorgt. En je durft je kind niet eens mee naar buiten te nemen, wat de afstand tot de maatschappij weer vergroot voor moeder en kind.

Dat is zo’n gezin waar de riscofactoren vele malen groter zijn dan de beschermingsfactoren. Een gezin waar een heel team aan werkt, en dan liefst multidisciplinair. De gezinnen die de focus zijn van een-gezin-een-plan. Als bij zo’n gezin een probleem is opgelost, komt er een ander probleem boven tafel. Gezinnen die eigenlijk alleen uit de jeugdzorg komen wanneer hun kinderen volwassen zijn.

Als pedagoog of hulpverlener kan je het gevoel krijgen dat je het ene gat met het andere vult. Als je denkt dat je een probleem te pakken hebt, dat toch niet zo lijkt te zijn. Maar ook voor jouw cliënten is het vervelend, het is water naar de zee dragen. Wat ze ook doen, hoe gemotiveerd ze ook zijn, het houdt niet op. De problemen lijken eindeloos, waar je depressief van zou kunnen worden. En dan hebben ze er nog een probleem erbij.

Dit zijn de meest hardnekkige problemen die er zijn. Dit soort problemen zijn echt ‘wicked problems’ of ‘messes’ het Engelse woord voor rommeltje, of zooitje.

Complexe problemen zijn overal

Of je nu in de eerste, tweede of derdelijn werk, in de preventie, lichte of zware hulp, je kunt overal complexe problemen tegenkomen. Natuurlijk zijn niet alle problemen complex. Maar hoe zwaarder de hulp, hoe groter de kans dat een probleem complex is. Hoe meer mensen met het gezin gewerkt hebben, hoe groter de kans dat het een complex probleem is.


Weten waarom complexiteit belangrijk is voor de pedagogiek? Lees dan deze blog.

0 0 stemmen
Article Rating
Abonneer
Laat het weten als er
guest
0 Comments
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties

Wat zoek je?

Meer weten over hardnekkige pedagogische problemen?

podcast aanvragen

Ik stuur je drie dagen lang, elke dag een podcast waarin ik je vertel wat hardnekkige pedagogische problemen zo bijzonder maakt en wat dat voor jou als professional betekent.

dynamiek in pedagogiek

Deze website maakt gebruik van cookies. Door de site te blijven gebruiken, ga je akkoord met ons cookiebeleid. Meer informatie: Privacybeleid​