Systemen tekenen (stap 2)

Meepraten?

Kom bij de facebookgroep voor pedagogen die niet bang zijn voor complexiteit!

5 stappen voor een causaal diagram

Een plaatje van een complex systeem kan een hoop informatie opleveren. Systemen zijn vaak zo complex dat taal (per definitie lineair) de wederzijdse beïnvloeding niet goed duidelijk kan maken. Een plaatje kan dat wel. Zo’n plaatje met alle beïnvloedingsrelaties noemen we een causaal diagram.

Zo’n diagram kan een hoop inzicht leveren, en het is bovendien een goede basis om met anderen te praten over de verschillende invloeden die in het systeem herkenbaar zijn. Maar het maken van zo’n plaatje valt nog niet mee. Hans Vermaak heeft 5 stappen beschreven om tot een goed causaal diagram te komen.

Dit is de tweede in een serie van 5 blogs waarin ik zo’n tot een goed causaaldiagram probeer te komen. Om de stappen concreet te laten zien, gebruik ik een voorbeeld over spijbelen op de middelbare school.

In stap 1 hebben we al brainstormend een flink aantal factoren gevonden waarvan we vermoeden dat ze op een of andere manier invloed hebben op spijbelen. Zie deze blog voor stap 1 van het maken van een causaal diagram.

Stap 2: voel verhaallijnen aan, vind cirkels en voeg missende schakels toe

Nu we een flink aantal factoren hebben, wordt het tijd om de relaties tussen die factoren in beeld te brengen. Begin ergens met het tekenen van causale relaties in de vorm van lijnen tussen de cirkels. Het hoeft in deze stap nog niet perfect te zijn. Vermijd ‘simpele’ plaatjes zoals een spinnenweb (alles is met alle verbonden), een wagenwiel (één factor in het midden) of een stroomdiagram (alles wijst dezelfde kant op). De werkelijkheid ziet er nooit zo uit, dus dat kan haast niet goed zijn.

Zoek naar feedbackcirkels (circulaire causaliteit), zelfs al is dat in deze stap misschien nog op gevoel. Mensen voelen complexiteit meestal goed aan, dus als je het aanvoelt, zoek dan naar missende attractoren.

Doe het met meerdere personen, want zo heb je meer perspectieven. Sommige mensen gebruiken in dit stadium post-its zodat je makkelijk kan schuiven.

Nu naar de casus.

Het aangeven van causale relaties doe je bij voorkeur niet zomaar. Je zult je kennis moeten gebruiken. Het liefst onderbouw je de die kennis met bronnen, dat maakt het bespreken en geaccepteerd krijgen van je model straks een stuk makkelijker.

Voor deze casus begin ik met twee theorieën in mijn achterhoofd: zelfdeterminatie theorie van Deci en Ryan (2000) en “An Integrative Model of Behavioral Prediction” zoals beschreven door Fishbein en Yzer (2003).

Uit stap 1 had ik de volgende factoren gebrainstormd:

juiste_uitdaging sociale_vaardigheden kwaliteit_onderwijs
plichtsgevoel drukke_ouders economie
 gemist_onderwijs interesse onderwijsbeleid
 schools_succes_ervaring concentratie gezien_worden
 steun_thuis onderwijs_achterstand anti_spijbel_beleid
 sociaal_isolement motivatie arbeidsmarkt_perspectief
 teveel_sociale_druk succes goede_mentor
 drukke_klas spullen_op_orde Motivatie

Zelfdeterminatie en motivatie
Volgens de zelfdeterminatie theorie zijn er drie factoren die motivatie beïnvloeden: autonomie, competentie en relatie. Deze moeten dus alle drie een plek krijgen in dit diagram, maar moeten nog verder uitgewerkt worden.

Ik begin bij autonome-motivatie/relatie. Een student is gemotiveerd om naar school te komen als hij daar goede relaties/sociale contacten heeft. Zowel met de klas als met de docenten( Het wordt nu al ingewikkeld). Het blokje relatie ontbreekt, dus die wordt toegevoegd. Maar omdat ik 2 soorten relaties heb, maak ik voorlopig ook 2 cirkels. Dan heb ik nu het volgende plaatje:

We beginnen bij klasgenoten. Uit het lijstje hierboven zijn dat in iedergeval de factoren: Sociaal isolement, sociale vaardigheden. De verhaallijn is dan: iemand met goede sociale vaardigheden zal makkelijker vrienden maken en dus niet snel in een sociaal isolement raken waar een negatieve invloed heeft op motivatie.

Nu relatie_docenten. Ik denk dat dit ook afhankelijk is van sociale vaardigheden, maar ook van de kwaliteit van de mentor. Verder denk ik dat gezien_worden invloed heeft, en dat zal dan afhankelijk zijn van de kwaliteit van de docenten. Maar ook het anti-spijbelbeleid, met nabellen als studenten niet komen, zal bijdragen aan gezien_ worden. Ook een goede_mentor die goed aandacht besteed aan het opbouwen van relatis, zal een positieve invloed hebben. Dan is dit het plaatje:

Nu de andere factor voor motivatie: competentie. Iemand is autonoom gemotiveerd als hij het gevoel heeft dat hij het kan. Er is dus gevoel_van_competentie. Die voegen we dus toe. Daarvoor zijn succes ervaringen nodig. Daarvoor is weer enige mate van competentie nodig, samen met onderwijs dat is afgestemd op de mogelijkheden van de student. Maar competentie is ook afhankelijk van de lessen die hij heeft bijgewoond, die minder zijn als hij veel spijbelt. Hier voel je, ik in iedergeval, dus al een cirkel aankomen. En concentratie is belangrijk om succes uit de lessen te halen. Verder zal het gevoel van succes ook bepaald worden door hoe geconcentreerd hij in de les zit, en de kwaliteit van het onderwijs en het daadwerkelijk goed doen op wat een gevolg is van competentie . Kwaliteit van het onderwijs zal wellicht ook invloed hebben op het concentratievermogen, bijvoorbeeld via de hoeveelheid afleiding in de klas. Die voeg ik dan toe, want ik denk dat daar ook ergens een link ligt met sociale factoren. Ik denk, hoe meer vrienden, hoe meer afleiding, dus daar komt ook nog een pijl.

We voegen competentie  toe aan het model, samen met de link naar motivatie. Verder gaan we Drukke_klas hernoemen naar afleiding_klas. De factor Gemist_onderwijs lijkt nu niet zo relevant. Dat is waarschijnlijk hetzelfde als spijbelen, dus die halen we weg. Hier ligt nog een interessante link naar self-efficacy.  Dat is ook weer afhankelijk van 4 factoren… O jé. Het wordt nu toch wel echt ingewikkeld. Ik parkeer hem even.

Dan hebben we nu dit:

Dan komen we bij de derde factor voor motivatie: autonomie. Deze staat er nog niet in, dus die voegen we toe. Meer autonomie zorgt voor dus motivatie. Wat heeft nog meer invloed op autonomie? Ik denk (geen bewijs hier) dat je meer autonomie kan hebben als je voldoende competentie hebt. Als je niks alleen kan, kan je ook geen autonomie krijgen, denk ik. Maar ook kwaliteit van onderwijs, als het onderwijs autonomie bevordert, heeft hier invloed.

Autonomie, net als de andere 2 factoren, hebben vooral invloed op de intrinsiek motivatie. Maar er spelen hoe natuurlijk ook andere vormen van motivatie. Extern: hij moet nu eenmaal naar school anders volgen boetes e.d. maar ook andere motivaties die ertussen zitten (Deci & Ryan, 2000). Hierbij speelt zowel de verplichting als het gevoel van de jongen dat die aan de verplichting moet voldoen.

Maar ook het idee dat het goed is voor de toekomst speelt een rol. Dit wordt mede bepaald door het arbeidsperspectief. Dus ik voeg toekomst_visie toe met invloed op motivatie en arbeidsperspectief. Als we dan toch bezig zijn, doen we gelijk de andere macro factoren: Economie heeft invloed op onderwijsbeleid en arbeidsperspectie. En het onderwijsbeleid heeft invloed op de kwaliteit van het onderwijs.  Dan zijn we hier:

Dit was alleen motivatie! Ik wil nog een aspect erbij pakken. Allen gemotiveerd zijn is niet genoeg, volgens met model van Fishbein en Yzer:

Je ziet hier een aantal dingen terug, maar niet helemaal op dezelde manier. Voor het gemak pakken we “Intention” als motivatie waar “Attitude” ook onderdeel van is, “Self-efficacy” als gevoel_van_competentie en “Skills” als competentie. Dan blijven over “Perceived norm” en “Environmental contraint”, de voorwaarden.

Ik wil even bij de laatste beginnen. In ons lijstje stond “spullen_op_orde”, die daar bij hoort. Dit wordt waarschijnlijk beinvloed door “steun_thuis” dat wordt beinvloed door “drukke_ouders”. Spullen_op_orde heeft waarschijnlijk ook invloed op het daadwerkelijke leren/verhogen competentie. De kans dat iemand zijn spullen op orde heeft, wordt groter naarmate er meer motivatie is, dus daar loopt ook een lijn.

Onder voorwaarden vallen nog veel meer dingen. Ik denk nu even aan huiswerk_maken, tijd hebben (sommige jongeren moeten werken om voor zichzelf of hun gezin te zorgen, of hebben zorgtaken).  Dus die twee voegen we toe. Tijd_hebben heeft direct invloed op spijbelen, maar ook op huiswerk_maken. Je kan je huiswerk alleen maken als je je spullen op orde hebt.

Er zijn er vast nog meer, maar voor dit voorbeeld lijkt het me meer dan genoeg. Uiteindelijk kom ik op dit plaatje. Dat wordt de basis van de volgende stap.

Zoals ik aan het begin al zei, taal is niet de beste manier om dit te vertellen. Daarom heb ik ook nog een video gemaakt. Misschien werkt dat beter.

stap2: https://youtu.be/fj83sIIfIwk2

Stap 1 nog een keer lezen? kijk dan deze blog

Stap 3 “check pijlen op oorzaak en gevolg: ‘meer van dit = meer/minder van dat’” en vind je in deze blog


Het volledige artikel over het maken van causale diagrammen vind je hier:

https://www.researchgate.net/profile/Hans-Vermaak/publication/339644829_Vijf_stappen_om_een_causaal_diagram_te_maken/links/5e5e355592851cefa1d6e551/Vijf-stappen-om-een-causaal-diagram-te-maken.pdf

En is uit het boek:

Kessener, B., & van Oss, L. (2019). Meer dan de som der delen. Systeemdenkers over organiseren en veranderen. Management Impact.


Overige bronnen:

Deci, E. L., & Ryan, R. M. (2000). The” what” and” why” of goal pursuits: Human needs and the self-determination of behavior. Psychological inquiry, 11(4), 227–268.

Fishbein, M., & Yzer, M. C. (2003). Using theory to design effective health behavior interventions. Communication theory, 13(2), 164–183.

OP de hoogte blijven?

Schrijf je in voor de nieuwsbrief. Je krijgt dan elke maand een overzicht van de nieuwe blogs.

0 0 stemmen
Article Rating
Abonneer
Laat het weten als er
guest
0 Comments
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties

Op de hoogte blijven?

Mis niks meer door je in te schrijven op onze nieuwsbrief.

logo

Deze website maakt gebruik van cookies. Door de site te blijven gebruiken, ga je akkoord met ons cookiebeleid. Meer informatie: Privacybeleid​